Sidecross NVSWH (vervolg)

In het eerste artikel over de zgn. “Sidecross” bij de NVSWH, dus een kruising van een hond gefokt en gehouden door een lid van de NVSWH met een hond gefokt en gehouden door een niet-lid van de NVSWH werd opgemerkt dat de mogelijkheid bestond dat vanaf de geboorte van de puppen, de NSWH opgescheept zou kunnen zitten met de genen voor DM en Dwerggroei binnen haar populatie.
Met excuses voor deze wel erg lange zin.

Immers, de uitverkoren teef is draagster van de genen voor beide genoemde aandoeningen.
Op 15 januari 2019 zijn de puppen uit deze combinatie geboren. 7 Puppen kwamen levend ter wereld, helaas werd nummer 8 dood geboren. Vanaf begin af aan waren er problemen met één van de 7 levend geboren puppen en op 19 februari is dit hondje overleden.

De overblijvende 6 puppen heeft de fokster laten testen op het voorkomen van de genen voor beide genoemde aandoeningen. En ja, wat iedereen al vreesde, maar waar men bij de NVSWH redelijk optimistisch mee omgaat, is waarheid gebleken. Vanaf 15 januari 2019 komen de genen voor deze aandoeningen ook voor in de populatie van de NVSWH.
Van de 6 puppen is één teefje vrij getest voor beide aandoeningen.
Vier puppen zijn drager van de genen voor beide aandoeningen.
De laatste is vrij getest voor DM maar blijkt draagster te zijn van het gen voor Dwerggroei.

Velen zullen nu roepen dat, wanneer men besluit met deze puppen in de toekomst te fokken, het een kwestie is van het uitzoeken van een partner die vrij is voor beide aandoeningen. Op die manier voorkom je dat de erfelijke aandoeningen zich door de populatie verspreiden. Maar zo simpel ligt het niet. Ook al heb je een partner uitgezocht die vrij is voor beide aandoeningen, dan nog loop je als fokker het risico dat volgens de genetische wetmatigheden de genen doorgegeven kunnen worden. Met andere woorden, hoe goed je ook je best doet, je loopt altijd kans dat er dragers geboren worden.
Dit betekent dus ook, dat het een heel moeizaam en langdurig karwei wordt beide aandoeningen weer weg te fokken.

In feite zou je dus alleen dat ene vrij geteste teefje in kunnen zetten voor de fokkerij. Dat zet geen zoden aan de dijk voor je project het ras, in dit geval de populatie, gezond te houden. Ook helpt het geen klap om het inteeltpercentage terug te dringen.

De echte outcross die bij de NVSWH heeft plaatsgevonden is, zo blijkt uit berichtgeving, een kruising met een Tsjechoslowaakse Wolfhond. De AVLS heeft afgezien van een outcross met de Tsjech vanwege het karakter en omdat deze al volop door de populatie buiten de NVSWH is ingekruist. Blijkbaar telt dat bij de NVSWH niet mee.
Gaat u echter de lijnen uitzoeken waarin die aandoeningen DM en Dwerggroei voorkomen, dan merkt u dat u in nagenoeg alle gevallen uitkomt bij dezelfde honden en laten dat nu die ingekruiste Tsjechoslowaakse Wolfhonden zijn.

De eerlijkheid gebiedt toe te geven, dat ik onlangs een aantal Tsjechoslowaakse Wolfhonden heb ontmoet die een ontzettend fijn karakter hebben. Ik heb de eigenaren dan ook van harte geluk gewenst daarmee. Ik heb zeer regelmatig wel anders meegemaakt.
Desondanks vraag ik mij af of de NVSWH niet beter een hond van een geheel ander ras had kunnen inkruisen. Er moet toch meer keuze zijn dan die vreemde keuzes die bij de AVLS gemaakt zijn en die gekozen Tsjech.