In 1986 schreef G. de Josselin de Jong een artikel over Inteelt

en Inteelt-Resistentie; woordelijk het kunnen tégen ingeteeld worden.

 

I n t e e l t

Als zoveel non-productieve dierenrassen raakt natuurlijk door de armoe -als de spreektaaluitdrukking voor wat de regering noemt: de huidige economische omstandigheden- óok ons luxe-hondenras in de knel!
Om het te redden of te rekken moet ervan doorgeteeld worden. Maar dan wel uit de beste exemplaren. Logisch. En daartoe zal men dat probate middel ter hand dienen te nemen: de bloedverwante fok.

Nu heeft de nette, moreel hoogstaande mens gevoelsmatig een hekel aan wat de wet en de Schrift (in verband met onszelf) kent als bloedschande. Nu vergeten we omdat we geen beroepsgeschiedkundigen zijn, dat het Huwelijk een maatschappelijk voorschrift is, afgekondigd dan wel uitgevonden tegelijkertijd als die twee andere vondsten: -het buskruit en de boekdrukkunst.
Zonder het eerste bestond ons hele landje niet want dan hadden in 1945 de Canadezen de bezetters niet weggeschoten en zonder het tweede zat u dit nu niet te lezen want lezen-en-schrijven zou er niet bijgeweest zijn, ja toch?

De teelt binnen-een-familiegroep werkt NIET afbrekend; is niet negatief, dat is een bewezen vuistregel. Alle runder-, schapen-, hoender-, duiven– rassen zijn verkregen uit een handvol begindieren!
Wat het mensdom betreft bestond ‘s werelds bekendste mensenpaar Abraham en Sarah, uit een halfbroer X halfzus koppel; beiden “uit” één en dezelfde pappie.
Die aller-beroemdste, even knappe als pientere, Cleopatra, was eerst getrouwd met haar oudste broer Ptolemaeëus XIII en na diens dood met haar jongste, de XIVde. Met andere woorden de hare, die Egyptische dynastie, was wat u als fokker noemt: een bloedlijn, en hetzelfde gaat op voor zowat alle vorstenhuizen -hoe verspreid wonend ook stammen die prinsen van den bloede ergens van koningin Victoria, die zelf gehuwd was met een neef-van-haar, Albert.



Tal van hondengenres zijn voortgekomen uit één............. dekking; zo de Korthals Griffon, de Kromfohrländer én onze Saarlooswolfhond.

Bij onze Saarlooswolfhond is dat (per bloot toeval) bekend omdat in z’n enthousiasme Leendert Saarloos, ‘schoon beslist geen pennenlikker met enigerlei kantoorklerkjesaanleg, het allemaal keurig netjes op papier heeft gezet. En ons dat archief naliet; postuum d.w.z. na den dood alsnog hiervoor: Hoera, ouwe!

Nu even over een genetisch zijnde een erfelijkheidskundige boeg: -intelen is nooit z.g. schadelijk voor dát doel waar men op mikt, voor selecteert kortom, zoals dat heet, waar je óp fokt!
Bij koeien is dat de melkgift, bij kippen de leg; voor jachthonden de jaagpassie en renbaanwindhonden snelheid.
Wat men vergeet is....................al het andere!!!
Is een hond ergens góed in dan vraagt men nooit: “Is ie verder wel gezond? Komt ie uit ‘n groot nest? Zijn de ouders wel oud geworden of zijn die te vroeg overleden..........?”
Nee, men fokt ván die kei -om die prestatie of prachthoofd of gewinkelde achterhand of diepe kleur of mooie staart enz. enz.- en let verder nergens op.
Blijkt na een tijdje dat het beests nakomelingschap van alles en nog wat mankeert, dat het nageslacht ‘gedegenereerd’ is, ja dan, dán krijgt die ‘verrekte’ reinteelt de schuld.

Waarom deze preek, vrienden? Omdat, zou iemand of een commissie zich verdienstelijk willen maken (je kunt ook zeggen: zo gek zijn) om het ras in stand, zeg maar rustig: in leven, te houden, laat die dat dan doen. Op zijn manier –zij het dan op wetenschappelijke grondslag én zonder aanziens des persoons; met personages bedoelend de bazen. Ja, ik weet wel, de ondergetekende heeft zich indertijd niet geliefd of populair gemaakt toen hij voor de Erkenning door de Raad van Beheer van de Saarlooswolfhond in Amsterdam, er een dozijn of zo MOEST uitkiezen en daartoe als ziftend en vittend keurmeestertje optreden.......
Waar hij achter de schermen voor uitgemaakt is kan ie zich best voorstellen –hindert niet, geen centje pijn. Het ging toen immers om het DOEL: die kritikasterige kenners, een man of tien, géén ratjetoe en mengelmoes voorzetten. Geen wat heet: onuniform, heterogeen stel fikken. Daarentegen juist een zo gelijk en gelijkvormig mogelijk homogeen, “zo te oordelen doorgefokt kerngroepje”.

Nog even terugkomend op de dus bewezen heilzame werking van gezinsfok, van met-een-duur-woord: incest, dit: -in 1936 is daar een Kynologisch Wereldcongres in Duisburg aan gewijd, zo’n zelfde massale bijeenkomst als vorig jaar in Japan heeft plaats gehad, waar steller dezes naartoe is geweest. Met als resultaat een dik boek over “Inzucht” als souvenir aan de congressisten. Hierin staat onder meer dat gewerkt moet worden naar als het even kan Inteelt-Resistentie; woordelijk het kunnen tégen ingeteeld worden.

Welnu, in alle bescheidenheid meent mijn persoontje, dat de Saarlooswolfhond dat al, allang ís! Zat die weerstand er namelijk niet in dan was gedurende de zowat halve eeuw, dat de Saarlooswolfhond bestaat, dit speciaalras reeds eerder naar de knoppen gegaan.