Naar aanleiding van de vondst van een dode wolvin in de Flevopolder en de daarop volgende discussie omtrent de (on)wenselijkheid dat wolven weer hun intrede doen in Nederland met de verwijzing daarbij naar de eventuele gevaren voor de bevolking, onderstaand artikel uit 1966.

De grauwe wolf in het grijze verleden
van onze honden
(Door: Dr. C. Naaktgeboren)
In zijn bekende boekje met hondenverhalen bepleit de beroemde dierenpsycholoog Prof.Dr. Konrad Lorenz, dat de meeste honden van de jakhals afstammen. De herdershonden stammen volgens hem ook van jakhalzen af, maar de Chow Chow en enkele poolhonden zouden echte wolfafstammelingen zijn.
Erg overtuigende argumenten vindt de scherpzinnige lezer evenwel niet in dit boekje en in een persoonlijk gesprek vertelde de auteur mij dan ook dat deze opvatting inmiddels verouderd was.
Neen, de honden stammen af van wolven. Er zijn trouwens vele geleerden van mening dat alleen de wolf de eer toekomt stamvader van de huishond te zijn. Maar er zijn ook wel stemmen opgegaan dat de grote rassen van wolven en de kleine van jakhalzen zouden afstammen. Sommige auteurs gaan uit van een bepaald wolvenras en andere menen dat op verschillende plaatsen honden ontstaan zouden zijn uit de daar aanwezige wolvenrassen en/of jakhalzenrassen.
Al met al is dit een ingewikkelde zaak, die wel in een zeer grijs verleden heeft plaats gevonden. Er zijn weliswaar hier en daar resten van botten en schedels gevonden, maar toch: zekerheid hebben we eigenlijk nog niet voor 100%. Eén ding is echter duidelijk en wel dat bij het ontstaan van de huishond, meestal wolven de hoofdrol hebben gespeeld. Hoe deze domesticatie heeft plaats gevonden? Ik weet het ook niet en niemand weet het. We kunnen het slechts gissen.
Waarom wilde men wolven temmen? “Natuurlijk om een goede kameraad te hebben”, zal de hondenvriend zeggen, of als u graag africht: “Natuurlijk voor de verdediging” of “Natuurlijk voor de jacht”. “Vanzelfsprekend diende de hond om de kudden te bewaken”. Dit alles mag naderhand belangrijk voor de hond geworden zijn, de eerste tam gemaakte wolf zal niet als waakhond of verdedigingshond gediend hebben.
Vele zeer oude hondenbotten, die gevonden werden, zijn gespleten. De mensen konden dus gemakkelijk het merg eruit halen, wanneer de rest van de hond al opgegeten was. Misschien dienden de eerste honden voornamelijk voor de vleesbehoeften van de mens.
Andere onderzoekers menen dat de jonge wolfjes werden grootgebracht omdat ze zo leuk waren. Een enkeling bleef trouwe aan de mens en zo ontstond de hond.
Waarde lezer, over de motieven waarom onze ijstijdvoorvaderen wolven temden, tasten wij dus al evenzeer in het duister. Er zijn echter ook vele aspecten waarover wij wel een positief geluid kunnen laten horen. Ik wil daarom eens met u gaan bekijken welke eigenschappen en gedragingen van onze huishond, voortgekomen zijn uit het gedragspatroon van zijn wilde voorvaderen en wilde familieleden.
De onderfamilie der hondachtigen (Caninae) omvat twee groepen namelijk de echte honden en de vossen. Tot de groep van de echte honden behoren wolven, jakhalzen, coyotes en nog enkele minder bekende soorten, terwijl tot de tweede groep onze inheemse vos behoort, alsmede o.a. poolvossen en woestijnvossen.
Een eigenschap van alle hondachtigen is b.v. het bezit van een flinke zwaarbehaarde staart, zulks in tegenstelling b.v. tot de katachtigen of marterachtigen. De nagels kunnen zij niet intrekken zoals een kat.
Vele hondachtigen, vooral de echte honden, leven kortere of langere tijd in een groepsverband.
Een zeer kenmerkend verschil tussen de echte honden en de vosachtige Caniden vinden we in de pupil van het oog. De echte honden, dus ook de huishond heeft een ronde pupil, evenals de wolf en jakhals. De pupil van de vossen is elliptisch van vorm en staat verticaal. Als deze echter sterk verwijd wordt, b.v. in het donker, is ook hier de pupil bijna rond, maar nooit helemaal. Vandaar heeft men ook altijd geweten dat de hond niet van de vos afstamt.
Eén ding hebben de meeste wilde Caniden of wilde hondachtigen gemeen en dat is dat ze vrij gemakkelijk zijn tam te maken en zich goed aan hun baas hechten. Zelfs de vos die in de natuur een nogal eenzelvig bestaan leidt en dus eigenlijk van huis uit niet gewend is om zich aan te passen bij anderen, kan een voortreffelijk huisdier worden. Onze vos Fushi hebben wij jaren als huisdier gehad. Toen ze eens van een buurman schrok, sprong ze over een twee meter hoge muur en vluchtte. Nergens was ze te vinden. Die avond en nacht kwam ze niet meer terug. Ik was troosteloos.
Maar dertig uur na haar verdwijning werden we wakker omdat Sita, onze Duitse Herder, midden in de nacht heen en weer rende. Jankend van blijdschap rende Fushi onze slaapkamer in, doodmoe en dolgelukkig weer thuis te zijn. Dit is geen dier in gevangenschap meer, Fushi is een huisdier geweest, zo volkomen vertrouwd, dat onze jongste dochter van 7 maanden haar handje in Fushi’s bek kon stoppen als de vos bij haar in de box kwam spelen. Het trouw zijn aan de mens en het vertrouwd zijn met de mens en diens kinderen zit er dus helemaal in bij de hondachtigen.
Natuurlijk kunt u geen wilde vos gaan vangen en bij een baby loslaten. Dit gaat alleen met een dier dat van jongsaf door de mens is grootgebracht, liefst nog voor het opengaan der ogen. Zulke heel jonge dieren hebben nog geen indrukken voor later opgedaan. Ze zijn nog in de gevoelige periode. Indrukken, die zij nu opdoen, zullen voor altijd hun gedragingen mede bepalen. Dit geldt evenzeer voor wolven en jakhalzen als voor vossen.
Een van jongsaf opgefokte wolf ziet de mens als medewolf en behandelt de mens ook als zodanig. In een wolvenroedel is het taboe dat een grote wolf pups bijt. Daarom zijn ‘de pups van de baas’ volkomen veilig bij een tamme wolf. Maar ook daarom zijn uw kinderen veilig bij uw hond en zal uw hond ze verdedigen tegen vreemden, ook al hebt u hem dat nooit uitdrukkelijk geleerd. Binnen de roedel wolven heerst er een rangorde. Bovenaan staat de leider, die door de andere wolven gehoorzaamt wordt. Deze leidersplaats moet u innemen voor uw hond. Want onze honden stammen van dieren, die ook in de natuur niet als bandeloze wilden hun eigen gang gaan. In tegendeel, vechten er twee, dan zal de roedelleider hen vaak zonder veel moeite uit elkaar drijven, omdat hij een groot overwicht heeft en omdat het gehoorzamen aan de ranghogere de wolf is aangeboren.
Waarom dan zoveel honden niet gehoorzamen aan hun baas? Omdat zoveel bazen geen echt overwicht hebben en te weinig begrip voor hun lager geplaatste roedelgenoot opbrengen, waardoor zij op onduidelijke wijze tot hem spreken. De taal der wilde Caniden is duidelijk voor de soortgenoten. Deze ‘taal’ wordt uitgedrukt met kop-expressie, stand van oren en staart en door de lichaamshouding. We de mensen die hondenrassen fokken wier oren en staarten gecoupeerd worden. Hun taal is daarmee grotendeels afgesneden.
Op de taal wil ik hier nog even nader ingaan. Vossen hebben vooral door hun grote oren een zeer levendige expressie in de kop. Het bleek mij heel duidelijk dat het speelgezicht van de vos niet begrepen werd door de jakhals en zij beet. Bliksemsnel verandert de gezichtsuitdrukking van de vos. De oren gaan naar achteren met een knik, de bek gaat open en nu dreigt ze met het typische ’dreiggezicht’. Maar dat begrijpt de jakhals weer niet en ze loopt argeloos langs de vos, die niet begrijpt dat de jakhals nu geen kwade bedoelingen koestert en dus doet nu de vos een uitval. Kortom, vos en jakhals vatten elkaar op als soortgenoten, maar verstaan elkaars taal aanvankelijk niet. Na enkele maanden ging dit al veel beter. Ze leerden dus elkaar te begrijpen.
Veel moeilijker is de mensentaal te begrijpen. Toen Bastiaan Schmidt op opgewekte toon zijn hond vertelde hem te laten afmaken, sprong deze kwispelend tegen hem op. Even later zei hij op sombere toon, dat hij zich bedacht had en hem in leven zou laten. De hond ging nu met zichtbare teleurstelling terug naar zijn mand. Alleen de toon begreep de hond, maar de woorden van de baas waren voor hem niet van belang.
Mijn jakhalsreu kwam nooit als ik riep: “Harald kom hier”. Maar toen ik gehurkt ging zitten en een langgerekt “oehoeoe hoe hoe” liet horen snelde Harald op mij af, sprong tegen me op en likte me. Jakhalzen houden namelijk door huilen contact met elkaar tijdens de jacht. Dit begreep hij kennelijk wel omdat zijn gehoor misschien op deze klanken beter was afgestemd.
Zo zullen we ook met onze honden moeten zoeken naar uitdrukkingsmogelijkheden, die hen aanspreken, al heeft de hond in de vele eeuwen die hij als metgezel van de mens heeft doorgebracht, wel veel meer gehoor voor menselijke klanken gekregen, dan de meeste wilde Caniden hebben. Vanzelfsprekend heeft de eeuwenlange selectie hier gunstig gewerkt.
De wolf, die een ranghogere wolf begroet, zakt wat door de achterhand, legt de oren terug en gaat dan de snuit van de ranghogere likken. In deze zelfde onderdanige houding komt uw hond naar u toe, als hij iets misdaan heeft en u hem misprijzend naar u toe roept. Ook hier is nog iets bewaard gebleven van het gedrag, dat de voorouders duizenden jaren geleden al gehad hebben en dat de aandachtige waarnemer nog dagelijks in de dierentuin kan gadeslaan.
Ik zal niet licht vergeten dat de tamme wolvin van de heer Frijlink mij ook op deze wijze begroette. Gehurkt zat ik voor Tim. Het volledige ceremonieel voerde ze met mij uit. Haar zware snuit vleide ze tegen mijn gezicht. Heel zacht, ik zou haast zeggen teder, pakte ze mijn huid tussen de tanden. Dit is een normale gedraging in de wolfroedel en de gast van haar baas was immers ook een roedelgenoot!
De wolf is zeker niet het gevaarlijke bloeddorstige monster, zoals hij vaak wordt afgeschilderd. Trouwens de vos is ook niet de slimme, gemene en uiterst onbetrouwbare roodjas, die de fabeldichters ervan gemaakt hebben. Overigens in de fabels wil de vossenfiguur een mensenkarakter uitbeelden!!! En de jakhals heeft ook al ten onrechte een naam, die velen met afschuw vervult. Daar komt bij dat hij vaak met de hyena wordt verwisseld. Al met al is de waardering voor de wilde Caniden in de volksmond wel heel erg gering. Ik hoop echter, dat dit artikel er mede toe zal bijdragen, dat deze dieren op de juiste wijze beoordeeld zullen worden.
Het is onzin, dat de hongerige wolven een zwakke roedelgenoot zouden doden en verslinden. Integendeel, zij verdedigen hun roedelgenoten tegen vreemden.
Toen ik nog twee jakhalzen had, was de reu eens vervelend. Ik sprak hem bars toe, waarop hij gromde, hetgeen ik niet duldde. Er restte mij dus niets anders dan hem nogmaals bars toe te spreken en een kleine tik te geven. Gezag moet er uiteindelijk zijn. Op dat moment snelde de teef toe en beet mij zeer ferm in mijn been. Ook toen ik mijn hond een keer zeer uitdrukkelijk tot de orde moest roepen, omdat hij een kind aanblafte (dat deed zij om de jakhalzen, die zij als haar jongen beschermde, te verdedigen), beet Sjakie in mijn been. Ook Sita is een roedelgenoot en wordt dus verdedigd. Deze verdediging van roedelgenoten is een zeer belangrijke eigenschap, want hierop gaat de verdediging van de baas terug.
De hond die de pakwerker stelt, nadat deze de baas heeft geslagen, verdedigt in feite een roedelgenoot. Wel moet hier opgemerkt worden, dat de hond over het algemeen agressiever is dan de wilde hondachtigen. Men heeft eenvoudig op scherpte gefokt. Soms is men zelfs zover gegaan dat de honden voor hun eigen baas gevaarlijk werden. En dan zegt men: “Het lijkt wel een wild dier”. Dat is dan een grote vergissing. De wolven, die vechten hebben een bijtremming tegenover soortgenoten. Het komt binnen één roedel zelden of nooit tot gevechten, waarbij ernstige verwondingen optreden.
De heer Frijlink steekt dan ook rustig de hand in de wijdgeopende bek van zijn wolvin, als ze hem stoeiend “aanvalt”. Op dat moment klappen de kaken niet verder dicht. Ja hij kan zelfs een bot met vlees afpakken, zonder gebeten te worden, want hij is de ranghogere.
En nu zult u mij ongetwijfeld tegenwerpen, dat ik dan toch maar wel door mijn eigen jakhals gebeten werd. Inderdaad, maar jakhalzen hebben een minder goed ontwikkeld sociaal gedrag dan wolven, omdat ze in de natuur ook niet in grote groepen, maar in paren of zelfs alleen leven. Bovendien hadden wij twee Duitse Herders toen de jakhalsteef Sjakie haar intrede in ons huis deed. Vooral met de Duitse Herder reu Wapie was ze erg vertrouwd. Hij was de ranghogere voor Sjakie, maar ook Sjakie’s beschermengel en ik kwam pas op een veel en veel lagere plaats. Daarom had ik niet het recht Harald een tik te geven of Sita af te snauwen. Ja, zo’n roedel van mensen, honden, jakhalzen en vossen is wel eens een gecompliceerd geheel!
Vaak hoort men dat een goede verdedigingshond moedig en scherp moet zijn. Dat is wel waar, maar als men dan doorgaat en zegt dat dit een overblijfsel is van de natuurscherpte van de voorouders en dat de politiehond moedig is als een leeuw, dan vergissen we ons toch wel grandioos. Wat is moedig? Een zeer subjectief begrip. Wilde dieren zijn echter doorgaans niet de krachtpatsers, die risico’s nemen en moedige heldendaden verrichten. Integendeel. Als er gevaar is, vluchten ze nagenoeg altijd. Als ze in het nauw gedreven worden zullen ze bijten. Waarom? Om zich te verdedigen. Dit zit even dicht bij de angstbijter als bij de moedige hond.
Trouwens een dier dat altijd maar zou aanvallen uit agressiviteit en vechtlust, zal eens zijn meerdere vinden en dan is zijn lied uitgezongen. In de natuur heeft zo’n “doordouwer” beslist kleine kansen.
De moedige, scherpe hond is dan ook een typisch product van door de mens geleide selectie. Weliswaar heeft het wilde dier de mogelijkheid zich in nood te verweren, maar door scherpe teeltkeus heeft men tenslotte ware vechtersbazen gefokt, die maar al te graag bijten. En zo heeft het wilde dier ook de neiging te vluchten.
Door verkeerde selectie ontstaan de honden die vluchten als iemand ze wil aaien of als er een auto aankomt. Het ideaal zal toch veelal er tussenin liggen namelijk een hond, die niet bang is, maar ook niet agressief, al mag hij in geval van nood zijn mannetje staan. Dit is door verstandig fokken verkregen uit de wilde Caniden, want over het algemeen overheerst bij het wilde dier de vluchtdrang.
De meeste mensen die een wolf, jakhals of vos tam hebben, zullen u kunnen vertellen dat deze dieren meestal voor vreemden enigszins schuw blijven. Ik moet er dadelijk aan toevoegen dat hier enorme individuele verschillen zijn, evenals bij onze honden.
Als liefhebbers van de hond interesseert ons ook zijn werk als herdershond. In kringen loopt hij om de kudden en houdt zo de schapen bij elkaar. Als we met een heel gezin gaan wandelen loopt onze herder voortdurend de “kudde” bij elkaar te houden.
Een jachthond zou allang aan de horizon achter een haas aanrennen. Dit bij elkaar houden van de kudde hangt samen met de jachtgewoonten van de wolven.
Samen omsingelen zij een kudde rendieren en drijven deze bij elkaar om er tenslotte een zwakkeling uit te halen en te verorberen. Dit omsingelen heeft in de herdershonden de overhand gekregen, dank zij het werk van de selectie door de mens.
Als een wolf of jakhals alleen jaagt, rent hij echter achter zijn prooi aan en tracht hem uit te putten. Soms wisselen enkele wolven elkaar bij deze vorm van jacht af. Deze vorm van jagen overheerst in het gedrag van vele jachthonden! Ook hier het resultaat van selectie.
Het is interessant te zien, welk een verschil in gedrag er bestaat tussen bijvoorbeeld een Duitse Herder en een Ierse Setter, terwijl beiden van een wolf afstammen. Pas dan wordt de enorme invloed van de mens duidelijk.
Tot slot nog een enkel woord over de blindengeleidehond.
Als ik met mijn jakhalzen een laantje uitkom, gaan ze langzaam lopen, kijken stilstaand voorzichtig de straat in, snuiven diep en dan pas kunnen we verder. Opletten is geboden in het wild.
Er kan overal gevaar dreigen. Door o.a. aan deze eigenschappen te appelleren kan men de hond africhten, die blinden veilig door het verkeer loodsen.
De ruim 80 jaar oude heer Saarloos heeft jaren geleden Duitse Herders en wolven gekruist. Na enige generaties kreeg hij dieren die niet schuw meer waren, maar in sterkere mate de voorzichtigheid van de wolf hadden dan de meeste hondenrassen.
Hij heeft reeds zeer veel blinden geholpen aan een geleidehond. Ik heb zelf meerdere van deze mensen gesproken, die enthousiast zijn over hun wolfhond als geleidehond.
Ook hier is dus weer het gedrag van het wilde dier de basis waarop de bruikbaarheid van de hond berust. En of onze hond nu gebruikt wordt als waakhond, verdedigingshond, speurhond, huishond, geleidehond of welke andere mogelijkheid dan ook, het is slechts mogelijk dank zij de generatieslange op één of meer aspecten van het gedrag van de wilde voorouders gerichte selectie.
Die wilde voorouders vormen in het grijze verleden de wortels van de stamboom van elke rashond en rasloze hond.
