Een handleiding voor de beginnend tentoonstellingganger

inleiding tentoonstellingen

Naast de vele sportieve activiteiten waaraan u met uw hond kunt deelnemen, is het ook mogelijk met uw hond naar tentoonstellingen te gaan. Vooropgesteld tenminste dat uw hond tot een erkend hondenras behoort.
Op deze hondententoonstellingen worden honden beoordeeld aan de hand van de omschrijving in de rasstandaard die bij dat ras hoort. Niet alleen het uiterlijk wordt beoordeeld aan de hand van die rasstandaard, ook het gangwerk van de hond wordt nauwgezet bekeken. Het gangwerk, ofwel de manier van lopen in gewone pas en in rustige draf, is voor veel rassen bepalend (geweest) voor het werk waarvoor die rassen gefokt zijn. Het moet, zoals dat zo mooi heet, functioneel zijn.
Voor een aantal rassen geldt daarnaast dat aanvullende eisen aan de gezondheid worden gesteld. De betreffende rassen zijn opgenomen in de zgn. Ras Specifieke Instructies. De keurmeester is verplicht zijn bevindingen over de honden van die rassen op een speciaal formulier te noteren. Het kan daardoor voorkomen dat een hond, ondanks dat hij beste van het ras geworden is, zich niet in de erering mag presenteren.
De Saarlooswolfhond komt niet voor in het overzicht van de rassen waarvoor die RSI gelden.

Hondententoonstellingen zijn daarnaast voor geïnteresseerden een mogelijkheid verschillende rassen met elkaar te vergelijken wanneer men op zoek is naar een hond maar nog niet helemaal zeker is van het ras waar de voorkeur naar uit gaat. Men krijgt op zo’n tentoonstelling alle gelegenheid met de individuele eigenaren te praten, waarbij men altijd voor ogen moet houden dat honden zich op zo’n evenement anders gedragen dan in de thuis situatie. Het ene ras is duidelijk meer opgewonden dan het andere wat zich uit in veel geblaf waar die hond van dat andere ras juist extra timide oogt. Een verantwoordelijk eigenaar wijst de belangstellenden altijd daarop.

Eigenaren die hun hond inschrijven voor een dergelijke tentoonstelling worden exposanten genoemd. Voor beginnende exposanten kan de hele procedure zeer verwarrend overkomen.

Daarom hieronder een uitleg met welke begrippen men te maken heeft en wat op een tentoonstelling van exposant en hond verwacht wordt.

In Nederland kennen we rasverenigingen en kynologenclubs of –verenigingen. Wanneer deze door de Raad van Beheer op Kynologische Gebied in Nederland, de overkoepelende organisatie, erkend zijn mogen zij tentoonstellingen organiseren waar door een voor dat ras of die rassen bevoegd keurmeester de hem getoonde honden beoordeeld worden.

Internationaal gezien bestaat ook nog de FCI, de Federation Cynologique International, waarbij veel overkoepelende kynologenorganisaties uit de hele wereld zijn aangesloten of een samenwerkingsverband mee hebben afgesloten.

Rasverenigingen mogen zogenaamde clubmatches organiseren. Op deze tentoonstelling kunnen alleen die honden worden ingeschreven die onder de hoede vallen van de betreffende rasvereniging. Met andere woorden: voor een clubmatch voor Duitse Herders kunnen dus geen Hollandse Herders worden ingeschreven.

De rasvereniging heeft twee mogelijkheden voor wat betreft een dergelijke tentoonstelling.

  1. Als eerste is daar de “gewone” clubmatch. Tenzij anders wordt aangegeven kunnen uitsluitend de leden van die rasvereniging voor die clubmatch inschrijven.

  2. Ten tweede kan de rasvereniging besluiten een “kampioensclubmatch” te organiseren. In dit geval is men verplicht ook niet-leden als exposant toe te laten mits zij uiteraard in het bezit zijn van een ras dat onder verantwoording van die rasvereniging valt.

Ook kynologenverenigingen kunnen tentoonstellingen organiseren. Over het algemeen zijn deze bestemd voor de leden van die vereniging ongeacht welk hondenras zij hebben. Onder voorwaarden kunnen ook niet-leden voor zo’n tentoonstelling inschrijven.

Nederland kent ook een aantal “Tentoonstelling Organiserende Verenigingen”. Deze verenigingen organiseren eens per jaar of per twee jaar een nationale tentoonstelling waarvoor honden van alle erkende rassen ingeschreven kunnen worden. In dit geval kan de RvB besluiten voor die tentoonstelling kampioensprijzen ter beschikking te stellen. Deze CAC’s (Certificat d’Aptitude au Championat) kunt u vergelijken met een nationale schoonheidsprijs.

Wordt de tentoonstelling ook nog eens georganiseerd onder auspiciën van de FCI dan spreken we van een internationale tentoonstelling en kan ook het CACIB (Certificat d’Aptitude au Championat de Beauté) worden toegekend.
Voor zowel zo'n nationale als internationale tentoonstelling kan iedereen inschrijven die in het bezit is van een rashond. Dus ook buitenlandse exposanten zijn welkom.

Tenslotte zijn er nog tentoonstellingen die georganiseerd worden door verenigingen die niet door de RvB erkend zijn. Uiteraard kunt u besluiten daarvoor in te schrijven, maar u moet bedenken dat uw hond in dat geval niet beoordeeld wordt door een erkend keurmeester. Aan het oordeel dat in zo’n geval over uw hond geveld wordt, moet u dan ook totaal geen waarde hechten.

Lawanda Lakomka Timberley op 11-jarige leeftijd
Magda op de clubmatch van de nvswh in 2004
waar Lawanda Lakomka Timberley
Beste Teef van de Clubmatch werd.

Bovenstaande houdt derhalve in:

  • Op gewone clubmatches worden geen kampioenschapsprijzen (CAC’s) toegekend;

  • Op tentoonstellingen georganiseerd door kynologenverenigingen worden geen CAC’s toegekend.

  • Op Kampioensclubmatches kunnen CAC’s worden toegekend

  • Op Nationale tentoonstellingen kunnen CAC’s worden toegekend

  • Op Internationale tentoonstellingen kunnen zowel CAC’s als CACIB’s worden toegekend.

Clubmatches en Kampioensclubmatches kennen veelal grotere aantallen ingeschreven honden dan nationale of internationale tentoonstellingen. Dit is niet zo vreemd, aangezien hier de gezelligheid en de ontspannen sfeer vaak belangrijker zijn dan de competitie.

Zoals u in de eerste alinea hebt gelezen, worden de honden op tentoonstellingen beoordeeld aan de hand van de rasstandaard die voor dat ras tot in detail beschrijft wat het ideaal beeld van dat ras is.
Hiervoor is het noodzakelijk dat de persoon die de honden keurt, de keurmeester, bevoegd is dat ras daadwerkelijk te keuren. Dit is de verantwoording van de organisatie, dus hoeft u zich daar niet druk om te maken.

Tenslotte is op iedere nationale en internationale tentoonstelling in Nederland een zgn. gedelegeerde van de RvB aanwezig. Deze is er om eventuele klachten van exposanten, bezoekers en personeel af te handelen en er voor te zorgen dat in geval van problemen zo snel mogelijk een oplossing gevonden wordt. Voor alle andere zaken kunt u altijd op het secretariaat terecht.

Voor dat het echter zover is, heeft u thuis het nodige voorwerk moeten verrichten. Op het moment dat u besluit uw hond voor een tentoonstelling in te schrijven, dient u via de website van de organisatie het inschrijfformulier op te vragen. Dit kunt u dan op uw gemak met de stamboom van de hond naast u gaan invullen. Het is heel belangrijk dat u die stamboom erbij neemt, want u bent er verantwoordelijk voor dat alle gegevens correct ingevuld zijn. Dit wordt niet door de organisatie gecontroleerd, maar fouten kunnen u wel aangerekend worden.

 

Klasse indeling
Omdat men niet kan verwachten dat een hond van 7 maanden eenzelfde uitstraling heeft als een volwassen hond en omdat een reu een andere uitstraling heeft als een teef, heeft men een klasse indeling aangebracht. Op deze wijze komen honden van dezelfde leeftijd in de zelfde klasse uit en is de keurmeester beter in staat de honden met elkaar te vergelijken en de juiste kwalificatie toe te kennen.
De klasse waarin de hond ingeschreven mag of moet worden is op het inschrijfformulier, het zgn. vraagprogramma, terug te vinden en is mede afhankelijk van de geboortedatum van de hond. Ook de voorwaarden voor inschrijving in een bepaalde klasse zijn op dat formulier terug te vinden. Let erop dat u moet rekenen vanaf de geboortedatum tot en met de dag van de tentoonstelling zelf.
Heel belangrijk is dat u het inschrijfformulier inzendt voor de sluitingsdatum en dat ook uw betaling voor die datum bij de organisatie ontvangen is. U loopt anders de kans dat u op de dag van de tentoonstelling zelf de toegang geweigerd wordt wanneer uw betaling niet ontvangen is of dat u een boete moet betalen.

De klasse indeling op het moment van inschrijving in Nederland is:

  1. Babyklas (3 – 6 maanden)

  2. Puppyklas (6 - 9 maanden)

  3. Jeugdklas (9 - 18 maanden)

  4. Fokkersklas (vanaf 9 maanden én gefokt door de exposant zelf)

  5. Tussenklas (15 – 24 maanden)

  6. Openklas (15 maanden of ouder)

  7. Gebruikshondenklas (15 maanden of ouder en uitsluitend voor honden die een zgn. werkproef moeten afleggen. Het bewijs hiervoor moet meegestuurd worden)

  8. Kampioensklas (15 maanden of ouder en uitsluitend voor honden die een erkende nationale of internationale kampioenstitel hebben. Ook hiervan moet het bewijs worden meegestuurd)

  9. Veteranenklas (8 jaar of ouder)

Tenslotte kunnen er nog een paar extra klassen opengesteld zijn voor inschrijving. Hiervoor kunnen uitsluitend honden worden ingeschreven die ook in een andere klasse zijn ingeschreven. Dit zijn:

  1. Koppelklas [Een reu en een teef van hetzelfde ras en dezelfde eigenaar. De bedoeling is dat de honden zoveel mogelijk een eenheid vormen. Bij de Saarlooswolfhond dus bijvoorbeeld twee wolfsgrauwe honden of twee bosbruine of twee (créme-)witte. Dus in geen geval één wolfsgrauwe en één bosbruine]

  2. Groepsklas [Minimaal drie honden ongeacht het geslacht, maar wel van dezelfde eigenaar]

  3. Fokkerijklas [Minimaal drie en maximaal vijf honden, ongeacht het geslacht en eigenaar maar wel van dezelfde fokker]

  4. Nakomelingenklas [Een reu of een teef met minimaal 3 en maximaal 5 nakomelingen uit hetzelfde nest]

 Niet alle klassen komt u op alle tentoonstellingen tegen, maar de klassen 2, 3, 5, 6, 7, 8 en 9 zijn in ieder geval verplicht op de meeste tentoonstellingen.

Ook op het inschrijfformulier is de naam van de keurmeester voor uw ras terug te vinden. U mag ervan uit gaan dat de genoemde keurmeester voldoende gekwalificeerd is om uw hond te keuren. Toch kan het, zeker wanneer u voor de eerste maal naar een tentoonstelling gaat, verstandigzijn in te schrijven bij een Nederlandse Keurmeester. Zeer zeker wanneer u niet al te best uw vreemde talen spreekt.
Hou er rekening mee dat u op een nationale of internationale tentoonstelling bewust inschrijft bij genoemde keurmeester. Voor clubmatches geldt dat u inschrijft voor de clubmatch en maar moet afwachten welke keurmeester uw hond gaat keuren.

 

Kwalificaties

Gebit kijkenOp elke tentoonstelling worden door de keurmeesters kwalificaties aan de hem getoonde honden gegeven. Deze kwalificaties zijn:

U = Uitmuntend: voor honden die zodanig aan de rasstandaard voldoen dat een geringe afwijking of kleine fout het ideale rasbeeld niet verstoort en de kwaliteit van de hond zodanig is dat hij voor een kampioenschapsprijs in aanmerking kan komen.

ZG = Zeer Goed: voor honden die in het algemeen aan de standaard voldoen maar door enkele onvolkomenheden, die het ideale rasbeeld verstoren, niet voor de kwalificatie “Uitmuntend” in aanmerking komen.

G = Goed: voor honden die nog wel aan de standaard voldoen maar door verschillende afwijkingen, die het ideale rasbeeld duidelijk verstoren, of door een ernstige fout niet voor een hogere kwalificatie in aanmerking komen.

M = Matig: voor honden die in te gering mate aan de standaard voldoen of door een zeer ernstige fout niet voor een hogere kwalificatie in aanmerking komen.

 

De honden die in de baby- of puppy-klas ingeschreven worden, kunnen uitsluitend de kwalificaties “Veel Belovend (= U), “Belovend” (= ZG) of “Weinig Belovend” (= G) krijgen.
De beste honden uit de babyklas en puppyklas, op voorwaarde dat zij de kwalificatie “Veel Belovend” hebben behaald en “Beste Baby” of “Beste Pup” van het ras geworden zijn, dingen eventueel mee naar de titel “Beste Baby” of “Beste Pup” van de dag. Of deze verkiezing plaatsvindt is in de catalogus terug te vinden.

 

Diskwalificatie
Honden die in het geheel niet aan de standaard voldoen en/of een volgens de standaard diskwalificerende fout vertonen, worden gediskwalificeerd. Honden die de keurmeester proberen te bijten of aan te vallen, worden onherroepelijk gediskwalificeerd ongeacht hun overige kwaliteiten.
Tenslotte is het nog mogelijk dat een hond die zich dusdanig nerveus gedraagt in de ring dat de keurmeester niet in staat is een goed oordeel te vellen, de ring mag verlaten met de kwalificatie “Niet te keuren”.

 

Kampioensdiploma’s.
Met opzet wordt gesproken over diploma’s en niet over prijzen om te voorkomen dat u het idee krijgt dat u geldbedragen kunt winnen op tentoonstellingen. Wanneer alles meezit gaat u naar huis met een kampioensdiploma en/of een rozet of medaille en als u geluk hebt ook nog eens met een beker. Daar houdt het mee op in de meeste gevallen. Sommige rasverenigingen stellen uitsluitend voor de honden van hun ras extra prijzen in de vorm van bekers beschikbaar.

Op tentoonstellingen worden de reuen en teven in afzonderlijke groepen gekeurd. Dit houdt tevens in dat de beste reu en de beste teef van elk ras, met uitzondering van de honden ingeschreven in de baby- of puppyklas, beide in aanmerking komen voor het Nationale Kampioensdiploma CAC. Op voorwaarde uiteraard dat zij beide eerder de kwalificatie Uitmuntend hebben behaald. Dit CAC moet altijd worden uitgereikt. De honden die reserve-beste worden ontvangen dan het Reserve CAC-diploma.

Daarnaast kan de keurmeester beslissen dat de beste reu en beste teef ook in aanmerking komen voor het Internationale Kampioensdiploma CACIB en dat de reserve-beste honden het Reserve CACIB krijgen. Dit is echter geheel ter beoordeling van de keurmeester en hij/zij is niet verplicht dit diploma uit te reiken.
Dit CACIB of Reserve CACIB diploma kan echter nooit uitgereikt worden aan honden ingeschreven in de Jeugd- of Veteranenklas. Zou een hond uit één van deze twee klassen de beste van zijn sexe geworden zijn, dan kan dit CACIB uitgereikt worden aan een andere hond. Het diploma schuift dan door, zoals dat heet. Dit is de verantwoording van de keurmeester en de ringmeester, hoewel ervaren tentoonstellinggangers ook precies weten hoe deze regel in elkaar steekt.

Om het nog wat ingewikkelder te maken heeft men besloten dat een CAC-diploma gelijk staat aan één punt en een Reserve CAC-diploma aan een kwart (1/4) punt. Worden deze diploma’s echter behaald op bijv. de Winner-tentoonstelling of een Kampioensclubmatch dan tellen deze punten, per hond slechts eenmaal, dubbel. Een CAC-diploma wordt dan 2 punten waard en een reserve CAC een vol punt.
Deze puntentelling is van belang voor het bepalen wanneer een hond voldoende diploma’s heeft behaald om zich nationaal kampioen te mogen noemen, waarbij echter nog andere criteria gelden.

Ook een CACIB-diploma telt voor een heel punt.

 

De tentoonstellingsdatum nadert, wat nu?
De voorbereiding.

Wanneer u hebt ingeschreven voor een clubmatch is het vaak niet de gewoonte u daarvan een bewijs te sturen. U gaat op de juiste datum naar de opgegeven locatie, meldt u bij de ingang of bij het secretariaat en u krijgt uw draagnummer en catalogus.

Heel anders gaat het bij een nationale of internationale tentoonstelling.
Kort voor de tentoonstellingsdatum ontvangt u uw bewijs van inschrijving. Op het ene bewijs treft u uw catalogusnummer aan, op een ander type een zgn. inschrijfnummer. Welk soort formulier u ontvangt maakt voor u niet uit. U moet dat formulier meenemen naar de tentoonstelling omdat het tevens uw toegangsbewijs is en recht geeft op een catalogus. Op deze brief staat ook vermeld op welk tijdstip u met de hond naar binnen kunt, hoe laat u uiterlijk aanwezig moet zijn en hoe laat de keuringen aanvangen. Over het algemeen beginnen de keuringen in Nederland om 10.00 uur en in een enkel geval om 09.30 uur.

U zorgt verder dat uw hond de nodige vaccinaties heeft gehad en dat die door de dierenarts zijn genoteerd in het hondenpaspoort. Ook dit moet u meenemen naar de tentoonstelling. De veterinaire keuring bij de ingang mag dan wel afgeschaft zijn, er is wel degelijk een dierenarts aanwezig die steekproefgewijs een hond kan keuren en het vaccinatieboekje wil inzien.

Verder neemt u mee:

  • een drinkbak voor de hond;

  • eventueel een fles water, hoewel u altijd bij een wasbakje wat water kunt halen;

  • eventueel wat beloningbrokjes;

  • eten en drinken voor uzelf, desnoods kunt u in het tentoonstellingscomplex ook wat te eten en te drinken voor uzelf halen;

  • een stoeltje, niet altijd is voldoende zitplaats aanwezig;

  • een kleed of handdoek waar de hond op kan liggen, bovendien kunt u hem dan wat droog wrijven mocht het regenachtig zijn die dag;

  • zakjes of doekjes om ongelukjes (ontlasting) op te ruimen. Hierdoor voorkomt u dat anderen in de ontlasting van uw hond trappen, ondanks dat er een schoonmaakploeg rondloopt (zgn. shit-kids);

  • zoals gezegd het bewijs van inschrijving, eventueel het bewijs van betaling;

  • vaccinatieboekje of hondenpaspoort;

  • als u het heeft en gebruikt het rashondenlogboek

  • een speld voor uw draagnummer

 

De tentoonstelling
Bij het tentoonstellingscomplex aangekomen gaat u met uw hond(en) , uw tas met benodigdheden, stoeltje, enz. via de honden-ingang naar binnen. U zorgt dat u uw papieren bij de hand hebt om die aan de functionarissen bij de ingang te tonen. Vervolgens gaat u naar de tafel waar u uw catalogus in ontvangst neemt. In deze catalogus kunt u terugvinden in welke ring uw ras gekeurd wordt en waar u de ring kunt vinden.
Vervolgens zoekt u een plaatsje zo dicht mogelijk bij de ring maar zoveel mogelijk uit het gewoel. Wanneer u bekenden treft of u bent met meerderen heeft u het voordeel dat op uw spullen gelet wordt wanneer u even weg moet.
Steeds meer organisaties publiceren op hun website voorafgaand aan de tentoonstelling in welke ring u verwacht wordt, hoeveel honden van uw ras aanwezig zijn en vaak ook nog een plattegrond van het complex. U kunt dus thuis al op uw gemak kijken waar u naar toe moet.

Zodra u merkt dat de ringmedewerkers geïnstalleerd zijn, meestal een half uur voor aanvang van de keuringen, gaat u uw draagnummer ophalen. U moet uw inschrijfbrief tonen anders krijgt u dat draagnummer niet uitgereikt. Dit nummer dient u tijdens de keuringen duidelijk zichtbaar te dragen. Heeft u een rashondenlogboek dan geeft u dat direct aan de ringmedewerker achter de tafel. Tijdens of na de keuringen mag u dit logboek niet meer inleveren.

Op een bord bij de ingang van de ring en in uw catalogus staat de volgorde waarin de rassen gekeurd worden. Hiervan wordt niet afgeweken. Desondanks houdt u goed in de gaten wanneer u aan de beurt bent en zorg dat u circa 10 minuten voor die tijd bij de ring staat.. De ringmeester roept de nummers van de honden op die in de ring verwacht worden. Bent u er niet, dan gaan de keuringen gewoon van start en heeft u pech gehad. De keuringen dienen in een vlot tempo te geschieden, zodat men niet blij is wanneer op iemand gewacht moet worden omdat hij eerst nog de hond moet halen, draagnummer moet opspelden, enz.

 

IN DE RING ZIJN TIJDENS DE KEURINGEN 4 MENSEN AANWEZIG.

  • Als eerste is daar de keurmeester. Hij zorgt voor het beoordelen van de hond en geeft de kwalificaties. Hij vertelt u ook, wanneer u aan de beurt bent, hoe u moet lopen en wat hij verder van u verwacht. Meestal moet u een rechte lijn lopen vanaf de keurmeester naar de overkant van de ring waar u omdraait en in een rechte lijn terug loopt naar de keurmeester. Hierbij kan hij beoordelen of de hond een recht gangwerk heeft en de benen recht neerzet. Hij kan ook aangeven dat u een rondje moet lopen of een driehoek. In alle gevallen zorgt u ervoor dat de hond aan uw linkerkant in een vlot tempo meeloopt. Hij mag niet opspringen, huppelen, enz. Een rustig drafje of bij de hele jonge hondjes een rustige pas is voldoende. Verder wil de keurmeester het gebit van de hond zien. Vaak tilt hij zelf de lippen op, maar u mag het ook zelf doen. Tenslotte is het de bedoeling, dat de keurmeester bij de reuen controleert of allebei de testikels aanwezig zijn (een reu met slechts één of helemaal geen testikels mag officieel niet aan tentoonstellingen deelnemen). Zie verder onder "Procedure in de ring"

  • De tweede functionaris in de ring is de ringmeester. Hij is de enige andere persoon die door de ring loopt en zorgt ervoor dat de juiste honden op het juiste moment in de ring staan. Hij roept daartoe de nummers van de deelnemers op, die zich al bij de ingang van de ring verzameld hebben. Verder zorgt hij ervoor, dat de plaatsingsborden op het juiste moment neergezet worden en is verder verantwoordelijk voor een ordentelijke gang van zaken. Eigenlijk is de ringmeester de belangrijkste functionaris, maar hij verricht zijn werkzaamheden in nauw overleg met de keurmeester. Ook is hij verantwoordelijk voor alles wat door de schrijver en de commissaris gedaan wordt.

  • Achter de tafel zitten nog twee personen. De één is de schrijver. Deze noteert op het keurrapport alles wat de keurmeester over de hond heeft op te merken. De tweede persoon achter de tafel is de ringcommissaris. Deze deelt voorafgaande aan de keuringen de draagnummers uit, neemt de deelnemerskaarten in ontvangst, geeft aan de ringmeester door welke honden (nummers) absent zijn, zorgt ervoor dat de keurrapporten aan de deelnemers uitgereikt worden, enz. Dit is ook de persoon waar u met vragen terecht kunt.

 tonen aan de keurmeester

PROCEDURE IN DE RING
Hierboven heb ik kort geschreven wat de keurmeester van u verwacht. Ik schreef dat de hond aan uw linkerzijde mee moet lopen. Let wel: Zonder aan de lijn te trekken.
Dit is de meest normale gang van zaken. Wat u ook doet: let altijd op de keurmeester, kijk waar hij staat en zorg dat uw hond altijd zichtbaar is voor de keurmeester. Ook wanneer u in de ring langs de kant staat omdat de keurmeester bezig is met een andere hond, let u op uw eigen hond. Zorg dat hij blijft staan. De keurmeester kijkt regelmatig ook naar de andere honden omdat hij zich een juist beeld wilt vormen.
Wanneer het uw beurt is de hond aan de keurmeester te tonen, loopt u naar hem toe. Vaak is er op ongeveer 2 meter voor de tafel een lijn getrokken. U blijft achter die lijn staan. Is die lijn er niet, blijf dan in elk geval 2 meter bij de tafel vandaan. Dit geeft de keurmeester de gelegenheid de hond goed te bekijken. De bedoeling is dat de hond blijft staan. Tijdens het gebit tonen mag de hond rustig gaan zitten. De keurmeester zal voorts altijd naar de leeftijd van de hond vragen. Tot de leeftijd van 2 jaar geven we dit op in maanden. Dus: de hond is 13 maanden en niet 1 jaar en 1 maand, o.i.d. Boven 2 jaar geven we de leeftijd gewoon in jaren, waarbij een hond van 3 jaar en 2 maanden voor het gemak 3 jaar is, een hond van 2 jaar en 11 maanden is dan 3 jaar.
Hoge hakkenIk schreef ook over de wijze waarop de keurmeester kan vragen hoe u met de hond gaat lopen. Dit kan zijn:

  • De rechte lijn: in dit geval altijd vanuit de plek waar de keurmeester staat. Probeer de lijn zo lang mogelijk te maken, zodat u het meeste profijt heeft van het goede gangwerk van uw hond.

  • Een rondje: eenvoudigweg een rondje door de ring

  • Een driehoek: hierbij loopt u in een rechte lijn weg van de keurmeester, aan het eind van de ring maakt u een bocht naar links en in de volgende hoek draait u weer naar links en loopt u recht op de keurmeester af.

In deze drie gevallen loopt de hond altijd links van u.

In uitzonderingsgevallen gebeurt het wel dat de keurmeester u vraagt een ( T) te lopen. Dit figuur werd voorheen alleen gevraagd bij de "junior-handling". Bij deze figuur moet de hond altijd aan de kant van de keurmeester blijven lopen. Hoe gaat deze figuur:
U loopt in een rechte lijn bij de keurmeester vandaan naar de overkant van de ring. Daar draait u naar links en u loopt naar de zijkant van de ring. De hond is links van u. Aan de zijkant van de ring gekomen, draait u 180˚ naar links om (dus naar de hond toe) en u loopt naar de andere zijkant van de ring. In dit geval echter moet de hond rechts van u lopen. Aan de overkant gekomen draait u nu 180˚ rechtsom, dus weer naar de hond toe, en u loopt weer terug over dezelfde lijn (de hond is nu weer aan uw linkerzijde) tot dat u naar links moet draaien om weer richting keurmeester te lopen.

Nadat de keurmeester aan de schrijver heeft doorgegeven wat hij van uw hond vindt, sluit u op een teken van hem achter aan de rij aan en gaat de keurmeester de volgende hond beoordelen. Wanneer alle honden individueel beoordeeld zijn, wordt vaak nog verlangd dat alle honden nogmaals achter elkaar een rondje door de ring lopen. Ook dit is weer om de keurmeester de gelegenheid te geven nogmaals zijn keuze te bepalen. Nadat de ringmeester heeft aangegeven, dat u kunt stoppen zal de keurmeester zijn keuze bekend maken.

 

Tip:
Ga nooit in discussie met de ringfunctionarissen tijdens de keuringen. Wacht altijd tot na afloop van de keuringen. Vindt u, dat u onrecht is aangedaan, dan bestaat de mogelijkheid bij de afgevaardigde van de Raad van Beheer in beklag te gaan.

 

BEPALING BESTE REU OF BESTE TEEF
Op tentoonstelling worden over het algemeen eerst de reuen gekeurd en vervolgens de teven.

We gaan even uit van de reuen, waarbij de procedure bij de teven identiek is.

Nadat van elke groep (Jeugdklas, Jongehondenklas of Tussenklas, Openklas, enz). de nummers 1 t/m 4 bepaald zijn (op voorwaarde dat zij tenminste de kwalificaties Uitmuntend of Zeer Goed behaald hebben), roept de ringmeester alle nummers 1 terug in de ring. De honden die op de tweede plaats geëindigd zijn, mogen niet weggaan maar blijven bij de ring. Uit deze nummers één kiest de keurmeester nu de beste reu. Vervolgens roept de ringmeester de hond die op de tweede plaats geëindigd is in dezelfde groep waaruit de zojuist gekozen nummer één afkomstig is, terug in de ring. Uit deze honden kiest de keurmeester vervolgens de nummer 2 t/m 4.
De nummer één komt nu in aanmerking voor het CAC en CACIB en nummer twee krijgt het Reserve CAC en Reserve CACIB, rekening houdend met de klasse waaruit deze honden komen.

Nadat de plaatsingen bekend zijn, krijgen de nummers 1 en 2 ook gelijk te horen of zij het CAC en/of CACIB hebben gekregen.
Nadat de keurmeester ook de teven gekeurd heeft, komen de beste reu en de beste teef terug in de ring. Nu dient de keurmeester te bepalen welke hond Beste van het Ras (BOB = Best of Breed) wordt.
Nadat deze hond gekozen is, de keurmeester zijn papieren ondertekend heeft, de kampioens- en reserve-kampioenskaarten uitgeschreven en getekend zijn, kunnen de keurrapporten bij de ringcommissaris afgehaald worden.
De hond die BOB is geworden, dient aan het eind van de dag (meestal vanaf 15.00 uur) in de erering te verschijnen. Deze hond moet het gaan opnemen tegen alle andere nummers één uit de rasgroep waartoe de hond behoort. Voor de Saarlooswolfhond is dat rasgroep 1: Herdershonden en Veedrijvers.
Over het algemeen verzamelen deze honden zich eerst in een aparte ring waar de keurmeester alle honden bekijkt om een indruk te krijgen van de verschillende honden. Vervolgens worden de honden één voor één achter elkaar lopend de erering in geroepen, waarna de keurmeester de beste 9 honden uitkiest. De overige worden bedankt, lopen een ererondje en verlaten de ring. De overgebleven 9 honden worden door de keurmeester op volgorde van nummer één tot negen geplaatst.
De nummer één is de Beste van de Groep (BIG = Best in Group).
Aan het eind van de tentoonstelling komen alle BIG-honden tegen elkaar uit om te bepalen wie de mooiste hond van de tentoonstelling is (BIS = Best in Show).

Wanneer op een tentoonstelling ook een Baby- en/of Puppy-klas zijn, worden deze veelal als eerste gekeurd. In een aantal gevallen worden eerst de Baby-klas reuen gekeurd, direct gevolgd door de Baby-klas teven waarna de Beste Baby gekozen wordt. Soms doet men dit ook met de Puppy-klas. De gedachte hierachter is te voorkomen dat deze honden al vermoeid zijn voordat zij de ring in moeten. Vaak worden ook de Beste Baby van het ras en de Beste Pup van het ras aan het eind van de dag in de erering verwacht om te kijken wie zich de Beste Baby van de dag mag noemen. Voor beide klassen geldt dat de honden tenminste de kwalificatie Veel Belovend behaald moeten hebben.

Wanneer een hond Beste Veteraan van het Ras geworden is, wordt ook deze aan het eind van de dag in de erering verwacht om uit te maken wie Beste Veteraan van de Dag is.

Wanneer een hond Beste Veteraan van het Ras was geworden mocht hij tot voor kort alleen meedingen naar de titel Best in Group (Beste van de Rasgroep). Tegenwoordig mag hij daarnaast ook meedingen naar de titel Beste Veteraan van de Dag.

 

KEURRAPPORT
Op het keurrapport staan de bevindingen van de keurmeester over uw hond. Wanneer u het showen een leuke gebeurtenis vindt, is het te adviseren een cursus ringtraining te volgen. Een perfecte hond kan een mindere beoordeling krijgen, omdat de eigenaar hem niet goed weet voor te brengen. Zo kan een ervaren handler (de persoon die de hond showt) eventuele fouten verdoezelen om toch een hogere kwalificatie te verkrijgen.

Tevens is op het keurrapport de kwalificatie en de plaatsing terug te vinden. Heeft de hond ook een diploma behaald (CAC, Res. CAC, CACIB of Res. CACIB) dan staat dat ook het keurrapport.
De beste reu en beste teef uit de Jeugdklas komen in aanmerking voor het Jeugd CAC. De beste reu en beste teef uit de Veteranenklas komen in aanmerking voor het Veteranen CAC. Deze diploma’s staan niet op het voorbedrukte keurrapport, maar soms wordt het erbij geschreven.
Wordt een hond uit de Jeugdklas of uit de Veteranenklas daarnaast ook Beste van het Ras (BOB), dan krijgt hij tevens het ‘gewone’ CAC uitgereikt.

 

KAMPIOENSCHAPPEN OF TITELS**
Het uitreiken van de CAC en CACIB-diploma's heeft een reden. Wanneer de hond over voldoende van dit soort diploma's beschikt en hij voldoet aan de gestelde eisen, kan het bewijs van Nederlands of Internationaal Kampioen worden aangevraagd. Elk behaald diploma is één punt waard, een reserve-diploma een kwart punt. Diploma's behaald in Nederland op de Winnertentoonstelling tellen dubbel, evenals diploma's behaald op een Kampioensclubmatch (mits minimaal 24 honden gekeurd worden, puppyklas niet meegerekend). Een Reserve diploma telt dan voor één vol punt.
Hieronder het benodigde aantal punten om de diverse kampioenschappen te verkrijgen:

Titel

CAC

Res. CAC

Opmerkingen

Ned. Jeugdkampioen

3

0

Minimaal twee verschillende keurmeesters

Ned. Veteranenkampioen

3

0

Minimaal twee verschillende keurmeesters

Ned. Kampioen

4 of 3*

0 of 4*

Minimaal twee verschillende keurmeesters, waarbij de laatste prijs behaald moet worden op of na de leeftijd van 27 maanden. Heeft de hond vóór deze leeftijd al de benodigde diploma's behaald, dan moet hij op of na de leeftijd van 27 maanden minimaal nog een Reserve CAC behalen.
Slechts 4 Res. CAC’s tellen mee.

* Dus óf 4 CAC's óf 3 CAC's én maximaal 4 Res. CAC's

Wanneer een hond de titel Nederlands Jeugdkampioen toegekend krijgt, krijgt hij daarbij automatisch een volledig CAC.

De aanvraag voor de titels Jeugdkampioen of Veteranenkampioen moet u zelf doen.
De titel Nederlands Kampioen wordt aan honden van Nederlandse exposanten automatisch door de RvB toegekend.

Het CACIB diploma is ook ter sprake gekomen. Dit diploma heeft u dus nodig wanneer u voor uw hond de titel Internationaal Kampioen wilt behalen. Het CACIB diploma telt, net als het CAC-diploma, voor één vol punt. U heeft vier punten nodig om de titel Internationaal Kampioen te behalen. Wanneer de hond die het CACIB behaald heeft reeds Int. Kampioen is schuift ook nu weer dat diploma door naar de hond die het Res. CACIB heeft behaald. Maar er geldt nog een extra regel waaraan u moet voldoen om die titel te verkrijgen.
U moet hiervoor in drie verschillende landen zo’n diploma behaald hebben en het diploma moet door tenminste drie verschillende keurmeesters zijn toegekend. Het is niet meer noodzakelijk dat tenminste één CACIB diploma behaald wordt in het land waar de eigenaar van de hond woonachtig is.

 

TITELS EN STAMBOMEN
Hiervoor is ook al even de Winnertentoonstelling ter sprake gekomen. De beste reu en de beste teef van elk ras krijgen op deze show de titel Winner cq. Winster gevolgd door het jaartal. De beste Jeugdreu en Jeugdteef kunnen de titel Jeugd Winner cq. Jeugd Winster krijgen. Deze titels mogen op de stamboom vermeld worden. Verder kunnen op de stambomen alle andere titels vermeld worden, die door de RvB erkend worden. Hierbij komt de titel Nederlands Kampioen vóór de naam van de hond te staan en alle andere titels achter de naam. Deze titels mag u ook opgeven wanneer u inschrijft voor een tentoonstelling.

 

** ps. De toekenning van de diploma’s CAC en CACIB zijn aan nogal wat regels gebonden afhankelijk van de klasse waarin de hond die ze krijgt is uitgekomen, de reeds behaalde titels, enz. enz. U kunt er echter op vertrouwen dat op het keurrapport dat u op een tentoonstelling na afloop ontvangt correct vermeld is óf en zo ja welk diploma aan uw hond is toegekend. Dit is nl. de verantwoording van de Keurmeester en de Ringmeester.

Het Internationaal Kampioenschap dient u zelf aan te vragen.
Houdt u er rekening mee, dat er enige tijd overheen kan gaan alvorens u van de FCI het bewijs ontvangt dat aan uw hond het CACIB dan wel het Res. CACIB is toegekend.

Ruud in 't Veld