Hypofysaire Dwerggroei is een aandoening die veroorzaakt wordt door een afwijking aan de hypofyse, een kliertje verbonden met de hersenen. Door deze afwijking worden door de voorkwab, een van de drie onderdelen van de hypofyse, onvoldoende hormonen geproduceerd die vitaal zijn voor het lichaam.
Hierdoor stagneren onder andere de groei, voortplanting, stofwisseling, enz.
De aandoening is enkelvoudig recessief verervend, dat wil zeggen dat er slechts één gen verantwoordelijk is voor deze aandoening en de hond, wanneer hij lijder is aan deze aandoening, het gen van beide ouders gekregen moet hebben. Beide ouders zijn derhalve drager van het gen voor deze aandoening.
Lijders zijn over het algemeen onvruchtbaar, hoewel teefjes wel loops kunnen worden maar geen eisprong hebben. In het nest is niet altijd direct duidelijk dat een hond lijder is aan deze aandoening. Op de leeftijd van circa 2 tot 3 maanden komen over het algemeen de kenmerken tot uiting. Naast het achterblijven in groei zijn dat een schilferige huid, loszittende haren, bacteriële huidinfecties, enz. Helaas is er nog een scala aan problemen waarmee dwergjes te maken krijgen.
Een belangrijk probleem echter is hypothyreoidie, nierfalen. Dit nierfalen ontstaat wanneer bij de volgroeide hond de nieren onvoldoende ontwikkeld zijn. Door op jonge leeftijd een behandeling met groeihormonen te starten is het mogelijk de nieren zich beter te laten ontwikkelen. Daarnaast blijkt bij veel dwergen de verbening van de bovenste nekwervel onvolledig te zijn, waardoor het ruggenmerg afgekneld wordt.
De meeste dwergen overlijden op de leeftijd van 4 tot 5 jaar.
Het gen verantwoordelijk voor deze aandoening is het eerst aangetroffen bij de Duitse Herdershond. De test die gebruikt wordt voor het opsporen van dit gen is ook geschikt voor zowel de Tsjechoslowaakse Wolfhond als de Saarlooswolfhond. Omdat bij de opbouw van de Tsjechoslowaakse Wolfhond veel Duitse Herdershonden zijn ingezet, is het niet verwonderlijk dat deze aandoening veelvuldig bij de TWH wordt aangetroffen. Ook bij de Saarlooswolfhond is het gen aangetroffen.
Net als bij DM (degeneratieve myelopathie) komt deze aandoening niet voor bij de raszuivere subpopulatie. Bij de andere subpopulatie, de niet-raszuivere dus, komt deze aandoening wel voor en is, zoals uit de foklijnen blijkt, ingefokt vanuit de Tsjechoslowaakse Wolfhond.
Omdat het mogelijk is honden op deze aandoening te testen, is het niet meer nodig dat dwergen geboren worden. Dit betekent dus, dat men dragers van dit gen niet onderling moet kruisen. Helaas zijn er nog steeds vele fokkers, die het testen of niet nodig vinden of de kosten (ca. € 120,00) te duur vinden.
Men vergeet dat voor het gemak dat indien slechts 1 procent van de honden dwerg is, maar liefst 18 procent van de populatie drager van de mutatie zal zijn. Het aantal dragers ligt hierdoor veel hoger dan men in eerste instantie zou denken! Indien nu 2 van deze dragers met elkaar gekruist worden zal gemiddeld genomen een kwart (!) van het nest uit dwergjes bestaan en de helft van het nest drager van de mutatie zijn.
Dit laatste is de theorie van de erfelijkheidsleer zoals door Mendell bewezen is.
Omdat lijders aan deze aandoening of dood ter wereld komen of reeds als vrucht geabsorbeerd worden, is de kans groot dat er meer lijders zijn dan aangenomen wordt.
Het volgende schema geeft van een van de lijders de vererving van het gen. (nb. ook dit schema is ca. 3mtr. breed)