“Luistergids”

13 November

1942

(Door: G. de Josselin de Jong)

(13 November 1942)


Temidden der Nederlandsche Wolfshonden

 

Ja -- natuurlijk, U hééft over die wolfachtige honden gelezen in dieren-novelles, die voor ‘n paar jaar een “ander soort” brachten!

Over den robusten “Pittah de grijze wolf”, over “Kazan” en zijn levensgezellin “De Blinde Wolvin”, zij het dan ook dat deze viervoetige boekenfiguren  -waarschijnlijk om Uitgever en Lezer te behagen- wel wat al te menschelijk worden voorgesteld, dat zij handelen en redeneeren als nette romanhelden, die ditmaal, inplaats van een colbertje of ‘n Miep Olff-van Boven-blousje een grauwe wolvenpels aanhebben.
Maar, hoe het zij, er bestaan van die huishonden, die “als de Natuur roept” in dunbevolkte prairiestreken terug-verwilderen tot den wolvenstaat hunner voorzaten.
Hun vermenging met den Wolf -veelal opzettelijk door fokkers toedoen in de hand gewerkt- heeft het aan-zien gegeven aan nieuwe soorten, bruikbaar op die barre, barsche Poolvlakten, waar die woudloopers, kolonisators, goudzoekers en pelsjagers gebruik maken van hondensleden: de Husky is zoo’n ras met wolveninslag, zoo de Malemute, de Oei, de diverse Eskimohonden.
Onze canis familiaris  -zelfs de meest volslagen leek in de dierkundige terminologie kent dezen Linnéschen hondschen soortnaam- wordt beschouwd als ‘s menschen Huisdier No.1.
Reeds bij de vroegste menschelijke nederzettingen, hetzij paalhutten of grotwoningen, vinden wij over-blijfselen van halfwilde wolfhonden resp. tamme wolven naast de (opgegraven) resten onzer prilste cultuur - toen al: begraven met hun meesters! In den loop nu van de voortschrijdende verhuisdierlijking (= domesticatie) deden zich velerlei types, lichaamsvormen, beharingswijzen, oordrachten, staartmodellen voor, welke formaten wij 20ste eeuwers kennen als ‘s werelds honderdtal officieele hondenrassen. Deze verscheidenheid is mede ontstaan uit de kruisingen tusschen de onderling verschillende cultuurhonden der cultuurvolken, die telkens hun nationaal hondenras hadden gekweekt uit de in hun land voorkomende natuurhonden. Vandaar die huidige verscheidenheid binnen het begrip “hond” waarvan de kleinste uitgaaf, het schoothondje, wijdbeens kan staan op een tientje en de grootste een fatsoenlijk kalf evenaart. Maar, naar spreekt, zijn vele onzer beschaafde soorten al te zeer den kant opgegaan van den weeken, weeën salonhond.

Geen wonder, dat menige ware hondenvriend zoekt naar eens een ander, manscher, “natuurlijker” soort hond. Tot die groep natuur (honden)-minnaars hoort de in onze Ned. Fokkerskringen welbekende wetenschap-pelijke proefnemer, de Heer L. Saarloos te Dordrecht.
Zijn schepping der Ned. Wolf-honden, die rastechnisch, van “bloed” en uiterlijk wel zullen overeenkomen met den gebruikshond onzer Germaansche voorouders, heeft op de hondententoonstellingen al zeer de aan-dacht der kynologen of hondenkenners getrokken en gretig aftrek bij koopers gevonden.
Hoe de aartsfokker Saarloos, die ook jakhalzen, bunzingen, vossen, (de laatste mak als keukenpoezen) kweekt en kruist, ertoe gekomen is terug te grijpen naar de stoere, kloeke wolvenconstitutie bij wijze van gestel-versterkende en karakter-veredelende bloedopfrissching met den ongerepten stamvorm, die ook eens onze lage landen aan de zee bewoond heeft, is een roman op zichzelf, een epos, dat U Dinsdag van 10.30  - 10.55 uur over Hilversum 1 kunt beluisteren.

 Met de microfoon gaan wij dan naar dit origineel Dordtsche fokstation. U gaat dan toch zeker ook mee?

 

de Josselin de Jong