‘De Hond’   5 juli 1941

Nummer 52.

Door: H. Jüngeling

(5 juli negentienhonderd eenenveertig)


 

RADIO - KENNEL - REPORTAGE

 

Op Woensdag 9 juli a.s.  zal van 18.45 tot 19.00 uur over zender Hilversum II een samenspraak uitgezonden worden tussen onzen trouwen medewerker de Josselin de Jong - o.m. bekend door zijn 5 minutige radio-shots  ‘Uw Hond en de Mijne!’ - en den zoo merkwaardigen proeffokker L. Saarloos, ‘s Gravendeelschedijk 76, Dordrecht. Zooals de lezer zich zal herinneren heeft een tijdje terug ook in onze kolommen het werk van de heer Saarloos nogal wat stof doen opwaaien, mede omdat enkele Duitse herderliefhebbers Saarloos’ doen en laten ofwel niet begrepen of het, overigens hunnerzijds te goeder trouw, verkeerd interpreteerden. Hij is immers de figuur - kruisen is zijn ‘fort’ onder meer blijkens zijn boschtortel X koertortel, bunzing X fret, jakhals X dwergpinscher, pinscher X vosteef, die 28 pups wist te fokken uit een tamme, ietwat afgerichte wolvin en een Duitse Herderreu. Nu meenden men (of wilde men het in zekere kringen zóó opvatten) dat hij hiermee beoogen zou het herderras uiterlijk te verfraaien, althans het ‘min of meer verlangde’ wolfsachtige in het exterieur van dit edele ras, daarin vast te leggen. Dit was wel allerminst het geval, zeker niet zijn fokdoel. Saarloos, dierenvriend tot en met, schept alleen maar begrijpelijk behagen in het uitzonderlijke bezit van zijn dierbaar, nu 8 jarig, wolvinnetje, dat hij trouwens met veel moeite weer ‘goed-kreeg’ nadat zij als een bar met rachites behepte pup bij hem kwam.
Naderhand vond het echtpaar S. meer genoegdoening in het bewerkstelligen van de kruising met hun huishond, vervolgens in de emotie, welke logischerwijs gepaard ging met het afwachten of ‘er opgenomen was’;  tenslotte in het observeeren wélke eigenschappen in de beelderige welpen tot uiting kwamen. Daarnaast weer de gewone liefhebbersbevrediging in het grootbrengen van deze voor carré (hondenziekte) bevattelijke kruisingen. Pas veel later, in de 3e generatie terug-naar-den-hond, rijpte bij hem - getroffen door de intelligentie, schoonheid en anderzijds door de totale afwezigheid van de schichtige gereserveerdheid ‘uit ‘t wild in de gedresseerde, betrouwbaar-scherpe nakomelingen’  - het denkbeeld daar een eigen eenmansras per inteeltstam uit op te bouwen. Begrijpelijkerwijze kan dit alleen door geen FOK-materiaal (waarmee vreemden zouden kunnen.......... modderen) af te geven.
Al heeft dan dhr. S.  -wars van alle kranteneer en uiterlijkheidjes- terzake nooit iets gepubliceerd, zeker geen polemieken gevoerd, het hééft hem gegriefd, dat sommige naar-den-letterlijken-standaard-fokkende herdermenschen hem niet met rust hebben gelaten en, zonder ze ook zelfs maar op afstand gezien te hebben of  iets naders van ze af te weten dan enkel hun gemengden oorsprong, zich desondanks veroorloofden ongevraagde critiek op zijn particuliere liefhebberijen uit te oefenen! Nog nooit heeft hij zijn fokproducten op een tentoonstelling ingezonden, desnoods ter opluistering, evenmin heeft hij noemenswaardige moeite gedaan deze in het N.H.S.B. te registreeren of te gelde te maken. De verst gaande publiciteit, welke er ooit van uitgegaan is, bestaat uit ‘n artikel (door een willekeurigen verslaggever in een algemeen blad buiten de kynologie om) en uit een foto in een buitenlandsche uitgave van dr. A.L. Hagedoorn (op verzoek van den auteur). Het is dan ook mede de opzet van den omroepmedewerker per 9-7-1941 deze unieke teelt meer bekendheid te geven, want kennel “van de Kilstroom” aan den Dordtschen Kil met zijn nevenkweek, het Angora konijnenbedrijf, verdient waarlijk eindelijk in het juiste, hem toekomende, daglicht gezien te worden.

 

H. J.

Leendert met Fleur

Saarloos met Fleur
eind jaren 1930